Je collega stelt een vraag. Jij zit midden in iets anders en reageert: ‘Kun je dat niet gewoon zelf bedenken?’
Een paar minuten later denk je: dat had ik anders willen zeggen. Toch ga je door met je werk. Misschien is het alweer vergeten. Misschien wordt het ongemakkelijk als je erover begint.
Terugkomen op je reactie kan ongemakkelijk zijn. Maar stil blijven laat de ander zelf invullen wat er gebeurde.
Benoem wat jij deed
Begin klein en concreet. ‘Ik wil nog even terugkomen op mijn reactie van vanochtend. Ik zei dat je het zelf moest bedenken. Dat kwam er bot uit.’
Je hoeft geen uitgebreide verklaring te geven voordat je je eigen gedrag benoemt. ‘Ik had het heel druk’ kan waar zijn. Als je daarmee opent, kan het ook klinken alsof je reactie daarmee afgehandeld is.
Je kunt de context later uitleggen. Eerst mag duidelijk zijn dat jij verantwoordelijkheid neemt voor hoe je reageerde.
Laat de ander vertellen
Vraag: ‘Hoe kwam dat bij jou binnen?’ En luister naar het antwoord.
Misschien zegt je collega dat het meeviel. Misschien voelde die zich afgesnauwd of durfde die daarna niets meer te vragen. Dat kun je vooraf niet weten.
Ga niet meteen uitleggen dat je het anders bedoelde. Je bedoeling en de ervaring van de ander kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt zeggen: ‘Dat was niet wat ik wilde overbrengen. Ik snap dat mijn reactie zo overkwam.’
Je collega hoeft je ook niet direct gerust te stellen. Een excuus is geen verzoek om te zeggen dat alles weer goed is.
Bespreek daarna wat jij nodig had
Misschien wilde je ongestoord werken. Of was dit de vierde vraag die je op dat moment kreeg. Dat mag je benoemen zonder de ander de schuld te geven.
‘Ik was mijn concentratie kwijt en had even ruimte nodig om dit af te maken. Dat had ik gewoon kunnen zeggen.’
Daarmee maak je onderscheid tussen je behoefte en de manier waarop je ermee omging. Je hoeft je behoefte niet weg te stoppen om eerlijk te zijn over je reactie.
Kies een zin voor de volgende keer
Wat zeg je wanneer het opnieuw gebeurt? Bijvoorbeeld:
- ‘Ik kan nu niet goed meedenken. Kunnen we dit om twee uur bekijken?’
- ‘Ik wil dit eerst afmaken. Is je vraag dringend?’
- ‘Ik merk dat ik kort reageer. Geef me even een moment.’
Kies iets wat bij jou past en wat je ook echt kunt zeggen. Spreek alleen een moment af als je daar ruimte voor hebt.
Wanneer zulke reacties blijven terugkomen, vraagt dat mogelijk meer dan een beter zinnetje. Kijk dan ook naar werkverdeling, verwachtingen en hoe jullie vragen aan elkaar stellen.
Staat er nog een reactie van jou open? Zoek je collega op en begin met: ‘Ik wil nog even terugkomen op hoe ik reageerde.’ Dat is genoeg om het gesprek te openen.
Wil je een gesprek voorbereiden? Bij de gratis werkbladen vind je ‘Van irritatie naar een gesprek’.



Geef een reactie